Voor het eerst écht vakantie

Al jaren gingen wij eigenlijk niet meer écht op vakantie. Niet omdat we dat niet wilden, maar omdat onze zoon de prikkels simpelweg niet aankon. En juist omdat het zorgen zo intens is, heb je die vakantie zó hard nodig.

Tweeënhalf jaar geleden viel mijn zoon uit in het onderwijs, in januari. Omdat mijn jongste toen nog maar vier was en dus niet leerplichtig, besloot ik: in juni gaan we weg. We kozen voor een vakantiepark in Nederland, één week. Langer durfde ik nog niet aan.

Maar wat bleek dat een verademing.

Hij kwam tot rust. En voor het eerst in lange tijd konden wij ook een beetje loslaten en genieten. Natuurlijk ging het niet zonder slag of stoot, maar er ontstond ruimte. Zelfs af en toe aandacht voor onze jongste. Dat voelde als winst.

De leerplicht gaf toestemming voor nog twee jaar buiten de schoolweken om op vakantie te gaan. Vorig jaar gingen we twee weken kamperen met de vouwwagen. Ondanks de hitte van rond de 30 graden ging het verrassend goed. De spanningen waren er wel, maar kort en hanteerbaar. Voor het eerst in acht jaar kwamen wij als ouders écht ontspannen thuis.

Dit jaar is het laatste jaar dat we buiten de schoolvakanties mogen gaan. Onze jongste zit nu in groep 3 en het is begrijpelijk dat de leerplicht zich zorgen maakt over wat ze mist. En dat is ook oké.

Maar dit jaar besloten we nóg een stap te zetten.

Mijn zoon droomt al zes jaar van een vliegvakantie. Wij durfden het nooit aan. Tot nu. Op 11 maart vertrokken we. De reis was voor mij pittig. Veel schakelen, afstemmen, op letten. Maar mijn zoon… die deed het zó goed. Vooral door duidelijkheid. Hij vraagt nu zelf om uitleg als iets onduidelijk is. Dat alleen al is een enorme stap.

Inmiddels hebben we zelfs twee excursies gedaan. Twee dagen achter elkaar, iets wat ik normaal nooit zou plannen, zelfs niet thuis in de schoolvakantie. Maar hij was zo ontspannen dat we dachten: we proberen het.

De eerste excursie deed me denken aan Plaswijckpark: een combinatie van dierentuin en zwembad. We gingen ook naar een dolfijnenshow, met veel mensen. Dat gaf spanning, maar met nabijheid en duidelijkheid kwam hij er goed doorheen. En het zwemmen? Dat ging gewoon goed.

De tweede excursie was een tour door een nationaal park. We reden veertig minuten rond, bekeken vulkanen en maakten daarna een tocht op een dromedaris. Spannend, zeker. Maar geen enkele uitbarsting. ’s Middags konden we gewoon ontspannen bij het hotel.

En toen gebeurde er iets wat me diep raakte.

Mijn zoon zei tegen zijn zusje:
"Het is ook papa en mama’s vakantie, dus zij mogen ook kiezen wat ze willen doen."

Voor het eerst hield hij rekening met ons.

Soms kan ik het nog steeds niet geloven. Dan ben ik bang dat het morgen weer omslaat. Dat er toch een boze bui komt, of iets gebeurt wat hij niet aankan. Maar inmiddels zijn we vijf dagen verder, en begin ik te zien wat er echt aan de hand is:

Hij is gegroeid.
En wij gaan steeds meer begrijpen wat hij nodig heeft.

En ja… eten helpt ook. Hij is een echte puber. Gelukkig zitten we all inclusive. Gisteravond mocht hij na negen uur niet meer eten. Hij ging boos naar bed, maar dat was oké. Hij viel wel makkelijk in slaap.

Vanmorgen benoemde ik dat ik zag dat hij boos was.
“Hoe weet je dat?” vroeg hij.
“Het klopt wel, mama,” zei hij daarna.

We hadden er een kort maar rustig gesprek over. Wat een verschil met een paar jaar geleden. We gaan nog een paar mooie dagen tegemoet. In juni staat er nog een weekje camping op de planning. En voor het eerst kijk ik daar echt naar uit. Niet meer als iets wat “moet”, maar als iets waar ik naar verlang.

Met dit verhaal wil ik laten zien: hoe zwaar het soms ook is, er kunnen echt lichtpuntjes komen. Ik had nooit gedacht dat ik dit zou kunnen schrijven.

Met hartelijke groet,

Isolene