We spraken allemaal een andere taal
"We zijn met z'n vijven en we spreken allemaal een andere taal."
Die zin heb ik vaak uitgesproken toen onze kinderen jong waren. Niet omdat ze letterlijk een andere taal spraken, maar omdat het zo voelde. We begrepen elkaar gewoon niet.
De één zei iets heel feitelijk, terwijl de ander het als een aanval hoorde. De één zocht contact, terwijl de ander juist rust nodig had. En voordat ik het wist, stond ik alweer een ruzie te sussen.
Ik was de tolk.
Als moeder probeerde ik de taal van ieder kind te leren. Vervolgens vertaalde ik de hele dag.
"Hij bedoelt het niet zo."
"Zij heeft nu even rust nodig."
"Hij begrijpt niet waarom jij boos wordt."
Inmiddels zijn onze kinderen volwassen en doen ze dat gelukkig steeds vaker zelf. Toch ben ik soms nog steeds de tolk. Alleen iets minder dan vroeger.
Meer politieagent dan moeder
We hadden een tweeling en een kind dat maar tweeënhalf jaar ouder was. Alle drie hadden ze voortdurend toezicht nodig. Adviezen als "laat ze maar even apart spelen" waren mooi bedoeld, maar vaak niet haalbaar.
Ze hoefden van mij niet samen te spelen. Ze leefden gewoon voortdurend in elkaars ruimte.
De één liep door de kamer en de ander reageerde. De één maakte geluid en de ander raakte overprikkeld. Ze hoefden elkaar niet eens op te zoeken om ruzie te krijgen.
Ik voelde me vaak meer politieagent dan moeder. Uit elkaar halen, uitleggen, straffen, belonen... ik heb het allemaal geprobeerd.
En eerlijk? Het hielp zelden echt.
Huilend op de trap
Er zijn momenten geweest dat ik huilend op de trap zat en dacht: "Zoek het maar uit. Ik weet het niet meer." Niet omdat ik dat werkelijk wilde. Maar omdat ik op was.
Natuurlijk wist ik dat niemand elkaar pijn mocht doen. Natuurlijk greep ik in. Maar weten wat je zou willen, is iets anders dan het ook voor elkaar krijgen.
Ik voelde me verantwoordelijk voor de veiligheid van al mijn kinderen en juist daarom voelde ik me soms zo machteloos.
Achteraf besef ik dat ik dacht dat ik harder mijn best moest doen. Beter moest opvoeden. Slimmer moest reageren.
Maar sommige situaties waren gewoon ontzettend ingewikkeld.
Een andere taal én een andere batterij
Pas veel later begreep ik dat we niet alleen allemaal een andere taal spraken.
Iedereen had ook een andere sociale batterij.
De één kon uren samen zijn. De ander was na tien minuten al overprikkeld. En als die batterij leeg was, ontstond er ruzie.
Niet uit onwil. Maar uit overbelasting.
Dat besef heeft mij milder gemaakt. Naar mijn kinderen, maar ook naar mezelf.
Voor de ouder die dit herken
Heel soms waren ze de beste vrienden. Dan zag ik ze samen lachen of voor elkaar opkomen. Die momenten duurden soms maar even, maar ze gaven me hoop.
Misschien lees jij dit terwijl je net weer een ruzie hebt moeten sussen. Misschien voel jij je ook meer scheidsrechter dan ouder.
Dan wil ik je dit meegeven.
Soms ligt het niet aan jouw opvoeding.
Soms is de dynamiek in een gezin gewoon ongelooflijk ingewikkeld.
Onze kinderen zijn inmiddels volwassen. Ze spreken nog steeds niet helemaal dezelfde taal, maar ze doen wel hun best om elkaar te begrijpen. Ze luisteren beter, vragen door en zoeken elkaar op.
Soms ben ik nog steeds de tolk.
Maar veel minder dan vroeger.
En iedere keer als ik zie dat ze zélf de moeite nemen om elkaars taal te verstaan, denk ik terug aan die moeder die huilend op de trap zat en dacht dat het nooit zou veranderen.
Met hartelijke groet,
Petra Dekker
Regiocoördinator Mama Vita
