Hoe ik het spelen kwijt raakte en weer terugvond

Er was een tijd dat spelen vanzelf ging. Niet omdat ik daar bewust mee bezig was, maar omdat het er gewoon was. In kleine dingen. In lichtheid. In even nergens aan hoeven denken. Tot het leven anders liep. Als moeder van drie kinderen met autisme verschoof mijn aandacht langzaam maar zeker volledig naar zorgen. Vastlopen in het onderwijs, thuiszitten, zoeken naar wat werkt, proberen te begrijpen wat er speelt. Mijn hoofd stond altijd “aan”. En ergens onderweg ben ik iets kwijtgeraakt. Mezelf. En ook het spelen. Niet alleen het spelen met mijn kinderen maar het spelen in het leven.

Altijd “aan” staan

Ik kwam in een soort regelstand terecht. Gewoon dóór. Praktisch blijven. Oplossen wat er opgelost moest worden. Dat was nodig. Daar heb ik mijn kinderen mee geholpen. Maar het betekende ook dat er weinig ruimte overbleef voor iets anders. Spelen met vriendinnen? Gewoon iets doen zonder doel? Plagen, uitdagen, iets geks proberen? Het kwam allemaal op een laag pitje te staan. Niet bewust, maar omdat er simpelweg geen ruimte voor was.

En toen was er ruimte… en wist ik het niet meer

Toen mijn kinderen volwassen werden, kwam er langzaam weer wat ruimte voor mij. En dat was confronterend. Want ik wist eigenlijk niet meer: wie ben ik zonder die constante zorg?
Wat vind ik leuk? Waar krijg ik energie van? Het klinkt misschien vreemd, maar ik kon niet zomaar uit die regelstand stappen. Mijn systeem was gewend geraakt aan “aan staan”. Aan verantwoordelijk zijn. Aan vooruitdenken. Zelfs ontspanning voelde soms onrustig.

Spelen voelde… ingewikkeld

Ik ontdekte dat ik spelen verleerd was. Op sommige vlakken dan. Ik kan bijvoorbeeld enorm genieten van een avondje uit en dansen. Maar door een beperking weet ik ook: de volgende dag lever ik in. Dus zelfs daar zat ineens een afweging: is dit het waard? Ook met iets simpels als een spelletje spelen met mijn kinderen merkte ik het. Ik deed het wel, maar mijn lijf was zelden echt ontspannen. In mijn hoofd stonden er altijd nog tien dingen op me te wachten. Achteraf zie ik pas hoe weinig ruimte er was voor echt plezier.

Wat spelen voor mij betekent (nu)

Langzaam begin ik het weer te ontdekken. En ik merk dat spelen voor mij niet gaat over “grote dingen doen”.
Het zit juist in iets anders.In:

  • iets doen zonder dat het nuttig hoeft te zijn

  • even lichtheid voelen, al is het maar kort

  • mezelf toestaan om te lachen, te proberen, te ontdekken

  • een beetje plagen of uitdagen, zonder doel

Spelen is voor mij het tegenovergestelde van overleven. Het is het moment waarop mijn lijf even mag zakken.
Waarop ik niet alleen functioneer, maar ook weer iets vóel.

Waarom het zo belangrijk is

Ik zie nu pas hoe essentieel dat spelende deel is. Voor mij betekent het:

  • dat mijn lichaam momenten van rust krijgt

  • dat ik weer iets van mezelf terugvind

  • dat mijn wereld groter wordt dan alleen zorgen en regelen

En ook richting mijn kinderen merk ik verschil. Niet omdat ik ineens “meer doe”, maar omdat ik anders ben. Iets zachter. Iets lichter. Iets minder gespannen. En dat werkt door in het contact.

Opnieuw leren spelen

Ik ben er nog steeds mee bezig. Het is geen eindpunt. Soms zit ik weer helemaal in de regelstand. Soms voelt spelen nog steeds onwennig of zelfs vermoeiend. Maar ik weet nu: het hoeft niet perfect. Het hoeft niet groot.
Het mag klein beginnen. En misschien is dat wel het belangrijkste wat ik geleerd heb: dat het spelende deel in mij niet weg is. Het heeft alleen heel lang moeten wachten.

Petra Dekker

Coördinator Mama Vita