Autisme, angst en het verplichte gesprek
Autisme, angst en het verplichte gesprek

Autisme, angst en het verplichte gesprek

Vijftien jaar autisme, enorme angsten en vastgelopen op het voortgezet onderwijs. Onze zoon zat twee jaar thuis toen hij opnieuw een poging wilde wagen op de school waar hij al bekend was.

In overleg met iemand van het samenwerkingsverband meldde ik hem weer aan. Er volgde een gesprek met de directeur, zorgcoördinator en aanstaande mentor, mensen die hij gelukkig al kende. Samen met onze zoon had ik het gesprek zorgvuldig voorbereid. Hij had precies uitgedacht hoe hij het wilde aanpakken. Alles stond op papier en wij steunden hem daarin volledig.

Maar op het moment dat we naar school zouden gaan, liep hij vast van angst. Hij schoot in zijn overlevingsmechanisme: verstijven. Er was niets wat hem op dat moment kon helpen om die stap naar school te zetten.

Dus ging ik alleen, met zijn plan onder mijn arm.

Toen ik binnenkwam, was iedereen onaangenaam verrast dat hij er niet bij was. Het gesprek verliep allesbehalve soepel. Want als hij nu niet eens op school kon verschijnen voor een gesprek, dan hadden zij er weinig vertrouwen in.

De school wilde per se “in gesprek gaan”, terwijl juist dát gesprek voor hem te overweldigend was. Het leidde tot een pijnlijk misverstand: school zag vermijding of “niet willen”, terwijl hij neurologisch en emotioneel volledig overbelast raakte. Er werd zelfs gezegd dat hij niet naar school mocht komen voordat hij “in gesprek” zou gaan.

In tranen reed ik naar huis. Hoe moest ik onze zoon vertellen dat hij zonder gesprek niet welkom was?

Mensen onderschatten vaak hoe zwaar dit soort gesprekken kunnen zijn voor kinderen met autisme en angst. Wat voor anderen misschien een simpel overleg lijkt, kan voor hen voelen als complete overbelasting. Sociale informatie verwerken, onverwachte vragen beantwoorden, emoties reguleren en tegelijk proberen sociaal wenselijk te reageren vraagt enorm veel van een zenuwstelsel dat al onder spanning staat. Zeker wanneer eerdere ervaringen met school of hulpverlening niet veilig hebben gevoeld.

Veel kinderen kunnen thuis prima uitleggen wat er speelt, maar klappen dicht zodra er meerdere volwassenen tegenover hen zitten of zodra ze voelen dat er druk of oordeel is. Dat is geen onwil. Dat is een zenuwstelsel dat in de overlevingsstand schiet.

Vandaag hoorde ik opnieuw een verhaal van een moeder over een online MDO-gesprek. De aanwezige hulpverlener deed er alles aan om het kind met autisme in beeld te krijgen. Want iedereen wilde het kind toch “even zien”. Alsof aanwezigheid automatisch betekent dat een kind zich veilig genoeg voelt om zichzelf te laten zien.

En dat is precies waar het vaak misgaat.

Scholen en hulpverleners bedoelen het meestal niet verkeerd. Vaak geloven zij oprecht dat een kind moet oefenen met gesprekken, dat vermijding angst groter maakt of dat ze pas kunnen helpen als een kind zelf mee praat. Soms klopt dat ook. Maar bij autisme werkt druk opvoeren vaak averechts, omdat het niet alleen om angst gaat. Onder stress raakt ook de verwerking overbelast. Dan kan een kind letterlijk niet meer bij woorden, overzicht of contact.

Wat veel ouders bovendien niet weten, is dat zo’n gesprek wettelijk niet zomaar verplicht is. Scholen mogen een kind uitnodigen en proberen een leerling te betrekken bij overleg, maar er bestaat geen algemene wet die zegt dat een kind met autisme of ernstige angst altijd fysiek aanwezig moet zijn bij een gesprek om onderwijs te mogen volgen. Toch wordt dat richting ouders vaak wel zo gebracht.

Een school heeft juist ook een zorgplicht en hoort rekening te houden met beperkingen en belastbaarheid. Participatie kan namelijk ook op andere manieren. Schriftelijk, via ouders, in een één-op-één contact, online of op een later moment. Zeker wanneer een kind door stress in shutdown raakt, is forceren niet hetzelfde als helpen.

De gevolgen van die druk zie je vaak pas thuis. Kinderen die op school “stil maar prima” lijken, kunnen thuis volledig instorten. Boosheid, verdriet, shutdowns, buikpijn, uitputting of school trauma zijn vaak geen losse problemen, maar signalen van langdurige overbelasting.

Toen ik thuiskwam, moest ik onze zoon vertellen dat hij niet naar school mocht komen voordat hij het gesprek was aangegaan. Eerst werd hij boos en verdrietig tegelijk, daarna trok hij zich terug op zijn kamer.

Man, wat voelde ik me boos en machteloos.

Een week later werd ik gebeld door de mentor met de vraag of onze zoon nog naar school kwam.

Verbaasd zei ik:
“Maar hij mocht toch niet meer komen?”

De mentor antwoordde:
“Weet je, laat hem morgen gewoon maar komen." Hij heeft het eerste uur Engels bij mij. "Ik vang hem op en bespreek met hem het plan dat hij bedacht heeft.”

En daar ging hij de volgende dag.

Op weg naar school.
Op weg naar zijn havo diploma.

Misschien is dat wel wat deze kinderen het hardst nodig hebben. Geen druk om eerst te bewijzen dat ze mee kunnen doen, maar volwassenen die voorbij het gedrag kijken. Volwassenen die begrijpen dat veiligheid altijd vóór ontwikkeling komt.

Want pas als een kind zich veilig voelt, ontstaat er ruimte om te groeien.

Met hartelijke groet,

Petra Dekker
Regiocoördinator Mama Vita

Maskeren bij autisme: we zien het ook bij jongens
Maskeren bij autisme: we zien het ook bij jongens

Maskeren bij autisme: we zien het ook bij jongens

Er wordt de laatste jaren veel geschreven over meisjes en vrouwen met autisme die maskeren. Over hoe zij zich aanpassen, sociaal gedrag kopiëren en proberen niet op te vallen. Dat is belangrijk, want jarenlang zijn veel meisjes niet gezien of begrepen. Maar soms bekruipt me het gevoel dat we daardoor ongemerkt een nieuw beeld creëren: alsof maskeren vooral iets vrouwelijks is. Terwijl ik het bij onze inmiddels volwassen zonen net zo goed zie.

Niet ieder meisje met autisme maskeert. Niet iedere jongen met autisme doet dat ook. Net zoals zoveel kenmerken van autisme niet voor iedereen gelden. Toch herken ik in het dagelijks leven heel duidelijk dat ook jongens zichzelf kunnen aanpassen tot ver over hun grenzen heen.

Onze zonen gaan naar hun werk. Ze functioneren. Collega’s zullen waarschijnlijk zeggen dat het rustige, vriendelijke jonge mannen zijn die hun zaken goed op orde hebben. Ze weten wat er van hen verwacht wordt en proberen daar zo goed mogelijk aan te voldoen. Ze doen mee in gesprekken, lachen op de juiste momenten en houden zich staande in een wereld die vaak veel vraagt van sociale intuïtie en flexibiliteit.

Maar thuis zien wij iets anders.

Dan komen de vragen.

“Wat bedoelde hij daar precies mee?” “Waarom zei ze dat op die toon?” “Hoe had ik dat anders kunnen aanpakken?”

Soms volgen hele gesprekken om een situatie terug te halen en te analyseren. Niet omdat ze dramatisch willen doen of blijven hangen in details, maar omdat ze grip proberen te krijgen op iets wat voor anderen vanzelf lijkt te gaan. Waar collega’s aan het einde van een werkdag gewoon naar huis rijden en de dag loslaten, nemen zij alle losse eindjes mee naar binnen.

Ik denk weleens dat veel mensen maskeren zien als iets uiterlijks. Alsof het alleen gaat om sociaal gedrag nadoen of vriendelijk glimlachen terwijl je je ongemakkelijk voelt. Maar maskeren zit vaak veel dieper. Het is voortdurend afstemmen. Kijken hoe anderen reageren. Twijfelen of je iets goed hebt geïnterpreteerd. Jezelf corrigeren voordat iemand anders dat doet.

En misschien is dat bij jongens minder zichtbaar omdat het anders verpakt wordt.

Een meisje dat sociaal gedrag kopieert valt tegenwoordig eerder op binnen de gesprekken over autisme. Maar een jongen die zich stilhoudt, hard werkt, humor gebruikt of zich volledig aanpast aan wat er verwacht wordt, wordt vaak gezien als iemand die het “prima redt”. Terwijl daar net zo goed een enorme inspanning onder kan zitten.

Ik herinner me momenten waarop één van onze zonen thuiskwam van zijn werk en volledig “dwarsaf” leek. Kortaf. Overprikkeld. Moe van alles en iedereen. Voor de buitenwereld onverwacht misschien, want hij had toch gewoon gewerkt? De dag was toch goed gegaan?

Maar juist dat contrast zegt zoveel.

Buitenshuis alle prikkels verwerken, sociale verwachtingen aanvoelen, gesprekken volgen, voortdurend alert zijn op wat passend gedrag is. Het kost veel energie. En thuis komt vaak pas de ontlading. Niet omdat thuis onveilig is, maar juist omdat het veilig genoeg is om het masker even los te laten.

Wat ik ingewikkeld vind, is dat goed maskeren soms juist tegen iemand werkt. Hoe beter iemand zich aanpast, hoe minder de omgeving ziet hoeveel moeite het kost. Mensen zien het functioneren, maar niet de uitputting erachter. Ze horen het nette antwoord op het werk, maar niet het gesprek aan de keukentafel uren later waarin alles opnieuw uitgeplozen moet worden om rust in het hoofd te krijgen.

Wat ik als moeder zie, zijn geen stereotype jongens die nergens mee zitten. Ik zie volwassen mannen die zich iedere dag proberen te verhouden tot een wereld die niet vanzelfsprekend voelt. Jongvolqassen mannen die zich aanpassen, zich groot houden en normaal gevonden willen worden. En die thuis pas laten zien hoeveel denkwerk er achter één gewone werkdag schuilgaat.

Misschien is dat ook maskeren. Alleen hebben we het bij jongens lang niet altijd zo genoemd.



Met hartelijke groet,

Petra Dekker
Regiocoördinator Mama Vita

Waarom douchen met autisme soms een onmogelijke taak lijkt
Waarom douchen met autisme soms een onmogelijke taak lijkt

Waarom douchen met autisme soms een onmogelijke taak lijkt

Onze jongens gebruiken douchen om te ontprikkelen. Terwijl ik heel vaak hoor dat andere kinderen met autisme heel veel moeite hebben met douchen of in bad te gaan? Voor veel mensen met autisme (en vaak ook ADHD) is dit geen kwestie van “geen zin hebben”, maar van een complexe mix van uitdagingen die tegelijk spelen.

Wat er allemaal bij komt kijken

Douchen lijkt een simpele handeling, maar in werkelijkheid vraagt het veel: plannen, schakelen, keuzes maken en omgaan met prikkels. Juist die combinatie kan ervoor zorgen dat iets alledaags overweldigend wordt.

Uitvoerend functioneren: een taak die uit tientallen stappen bestaat

Wat voor de buitenwereld één handeling lijkt, bestaat eigenlijk uit een hele reeks kleine stappen:

* Besluiten om te gaan douchen

* Stoppen met waar je mee bezig bent

* Opstaan en naar de badkamer gaan

* Spullen verzamelen

* De juiste temperatuur instellen

* Je lichaam wassen in een bepaalde volgorde

* Afdrogen, aankleden en eventueel opruimen

Voor iemand met moeite in het uitvoerend functioneren kan dit voelen als een berg in plaats van een drempel.

En zelfs “spullen verzamelen” is geen simpele stap, maar een proces op zich. Het vraagt om meerdere keuzes en gedachten tegelijk:

Welke spullen heb je nodig? Waar liggen ze? Heb je alles? Wat gebruik je waarvoor? Denk aan handdoeken, schone kleding, shampoo, zeep of een washandje. Nog vóór het douchen begonnen is, kan iemand hier al op vastlopen.

Daarnaast wordt vaak vergeten dat omkleden óók een aparte handeling is die energie vraagt. Schone kleren uitzoeken, verschillende stoffen op de huid voelen en opnieuw schakelen naar “klaar zijn” kan op zichzelf al lastig zijn.

Sensorische overbelasting: te veel prikkels tegelijk

De douche is voor veel mensen met autisme geen ontspannende plek, maar juist een bron van intense prikkels:

* Water dat op de huid slaat (te hard, te scherp, onvoorspelbaar)

* Schommelingen in temperatuur

* Stoom en vochtigheid

* Het geluid van stromend water

* Fel licht in de badkamer

* Geuren van shampoo en zeep

Al deze prikkels tegelijk kunnen overweldigend aanvoelen en ervoor zorgen dat het lichaam in de weerstand schiet.

Overgangen zijn vaak lastig, en douchen zit er vol mee:

* Van droog naar nat

* Van warm naar koud (vooral het moment na het douchen)

* Van een vertrouwde activiteit naar een compleet andere omgeving

Deze veranderingen kunnen het zenuwstelsel ontregelen en maken het moeilijk om de stap überhaupt te zetten.

Tijdsbesef en motivatie

Bij ADHD of PDA profiel kunnen extra obstakels ontstaan:

* “Ik doe het later” verandert in uren uitstel

* Het voelt als een verplichting, wat weerstand oproept

* Er is geen directe beloning, waardoor motivatie laag blijft

Wat kan helpen?

Er is geen universele oplossing, maar een aantal benaderingen kan helpen om het proces hanteerbaarder te maken:

1. Erkenning en begrip

Begin met erkennen dat het moeilijk is. “Ik zie dat dit lastig voor je is.” Vanuit daar kun je samen onderzoeken waar het precies vastloopt.

2. Maak het concreet en overzichtelijk

Breek het proces op in kleine, duidelijke stappen. Dit kan visueel met een schema of simpel lijstje.

3. Bouw het in een routine

Een vast moment op de dag of in de week helpt om de drempel te verlagen. Voorspelbaarheid geeft rust.

4. Verlaag de drempels

Leg alles al klaar: handdoek, kleding, verzorgingsproducten. Hoe minder er nog bedacht hoeft te worden, hoe makkelijker het wordt om te starten.

5. Denk in kleine successen

Alleen even afspoelen of alleen haren wassen is ook vooruitgang. Het hoeft niet in één keer perfect.

Moeite met douchen betekent niet dat iemand lui is of geen discipline heeft. Het betekent dat er extra ondersteuning nodig is bij het starten en uitvoeren van een complex proces. Met begrip, kleine aanpassingen en geduld kan douchen stap voor stap beter hanteerbaar worden.



Met hartelijke groet,

Petra Dekker
Regiocoördinator Mama Vita

Hoe ik het spelen kwijt raakte en weer terugvond
Hoe ik het spelen kwijt raakte en weer terugvond

Hoe ik het spelen kwijt raakte en weer terugvond

Er was een tijd dat spelen vanzelf ging.
Niet omdat ik daar bewust mee bezig was, maar omdat het er gewoon was. In kleine dingen. In lichtheid. In even nergens aan hoeven denken.
Tot het leven anders liep.

Als moeder van drie kinderen met autisme verschoof mijn aandacht langzaam maar zeker volledig naar zorgen. Vastlopen in het onderwijs, thuiszitten, zoeken naar wat werkt, proberen te begrijpen wat er speelt. Mijn hoofd stond altijd “aan”.

En ergens onderweg ben ik iets kwijtgeraakt. Mezelf. En ook het spelen.

Niet alleen het spelen met mijn kinderen maar het spelen in het leven.

Altijd “aan” staan

Ik kwam in een soort regelstand terecht.
Gewoon dóór. Praktisch blijven. Oplossen wat er opgelost moest worden.

Dat was nodig. Daar heb ik mijn kinderen mee geholpen.
Maar het betekende ook dat er weinig ruimte overbleef voor iets anders.

Spelen met vriendinnen?
Gewoon iets doen zonder doel?
Plagen, uitdagen, iets geks proberen?

Het kwam allemaal op een laag pitje te staan. Niet bewust, maar omdat er simpelweg geen ruimte voor was.

En toen was er ruimte… en wist ik het niet meer

Toen mijn kinderen volwassen werden, kwam er langzaam weer wat ruimte voor mij.

En dat was confronterend.

Want ik wist eigenlijk niet meer: wie ben ik zonder die constante zorg?
Wat vind ik leuk?
Waar krijg ik energie van?

Het klinkt misschien vreemd, maar ik kon niet zomaar uit die regelstand stappen. Mijn systeem was gewend geraakt aan “aan staan”. Aan verantwoordelijk zijn. Aan vooruitdenken.

Zelfs ontspanning voelde soms onrustig.

Spelen voelde… ingewikkeld

Ik ontdekte dat ik spelen verleerd was. Op sommige vlakken dan.

Ik kan bijvoorbeeld enorm genieten van een avondje uit en dansen.
Maar door een beperking weet ik ook: de volgende dag lever ik in.

Dus zelfs daar zat ineens een afweging: is dit het waard?

Ook met iets simpels als een spelletje spelen met mijn kinderen merkte ik het.
Ik deed het wel, maar mijn lijf was zelden echt ontspannen. In mijn hoofd stonden er altijd nog tien dingen op me te wachten.

Achteraf zie ik pas hoe weinig ruimte er was voor echt plezier.

Wat spelen voor mij betekent (nu)

Langzaam begin ik het weer te ontdekken.

En ik merk dat spelen voor mij niet gaat over “grote dingen doen”.
Het zit juist in iets anders.

In:

  • iets doen zonder dat het nuttig hoeft te zijn

  • even lichtheid voelen, al is het maar kort

  • mezelf toestaan om te lachen, te proberen, te ontdekken

  • een beetje plagen of uitdagen, zonder doel

Spelen is voor mij het tegenovergestelde van overleven.

Het is het moment waarop mijn lijf even mag zakken.
Waarop ik niet alleen functioneer, maar ook weer iets vóel.

Waarom het zo belangrijk is

Ik zie nu pas hoe essentieel dat spelende deel is.

Voor mij betekent het:

  • dat mijn lichaam momenten van rust krijgt

  • dat ik weer iets van mezelf terugvind

  • dat mijn wereld groter wordt dan alleen zorgen en regelen

En ook richting mijn kinderen merk ik verschil.
Niet omdat ik ineens “meer doe”, maar omdat ik anders ben.

Iets zachter. Iets lichter. Iets minder gespannen.

En dat werkt door in het contact.

Opnieuw leren spelen

Ik ben er nog steeds mee bezig. Het is geen eindpunt.

Soms zit ik weer helemaal in de regelstand.
Soms voelt spelen nog steeds onwennig of zelfs vermoeiend.

Maar ik weet nu: het hoeft niet perfect.
Het hoeft niet groot.
Het mag klein beginnen.

En misschien is dat wel het belangrijkste wat ik geleerd heb:

dat het spelende deel in mij niet weg is.
Het heeft alleen heel lang moeten wachten.

De kunst van niksen!
De kunst van niksen!

De kunst van niksen!

Tijdens de Autismeweek vertelden verschillende ervaringsdeskundigen over het nut en de meerwaarde van niksen. Een grappig feitje is dat Nederland het enige land in de wereld een werkwoord niksen heeft. Vaak heeft het werkwoord niksen een negatieve lading maar niets is minder waar. Het thema van de Autismeweek 2026 is ‘Rust in de ruimte’ en sluit daarom goed aan bij het niks doen.

Niksen (bewust nietsdoen) is cruciaal voor mentale gezondheid: het vermindert stress, verlaagt de kans op een burn-out, laadt de batterij op en bevordert creativiteit. Door het 'default mode-netwerk' in de hersenen te activeren, verwerk je emoties, verbeter je concentratie en ontstaan er 'aha-momenten'. 

 

Belangrijkste voordelen van niksen:

  • Minder stress en angst: Het kalmeert het zenuwstelsel en verlaagt de vecht-of-vluchtrespons.

  • Verhoogde creativiteit: Door verveling dwaalt het brein af, wat leidt tot nieuwe inzichten en betere probleemoplossing.

  • Bereidheid om te herstellen: Het geeft rust aan hersenen en lichaam, wat leidt tot een beter herstel.

  • Verbeterde mentale helderheid: Na een 'niks-pauze' kun je je beter concentreren, waardoor je uiteindelijk productiever bent.

  • Zelfreflectie: Het biedt ruimte om na te denken over je leven en emoties te reguleren. 

 

Wat is niksen niet?
Niksen is niet hetzelfde als op je telefoon kijken. Het is het ongestoord laten dwalen van je gedachten, zoals staren uit het raam of lummelen, zonder specifiek doel.

Of je nu een neurodivers of neurotypisch brein hebt dat maakt niet uit. Maar ik hoor en zie dus de vele voordelen van niksen bij iemand met een neurodivers brein. Een neurodivers brein heeft vaker last van stress en overprikkeling.

 

Niksen (bewust nietsdoen) is voor een neurodivergent brein (ADHD, autisme, hoogsensitiviteit) vaak een uitdaging, omdat dit brein vaak continu 'aan' staat, snel overprikkeld raakt of behoefte heeft aan constante stimulatie. Toch is het essentieel voor herstel en het voorkomen van overprikkeling of een burn-out. 

  • Herdefinieer Niksen: Voor neurodivergente mensen betekent niksen vaak niet 'leeg in de ruimte staren', maar prikkelarme activiteiten doen die geen prestatiedruk geven. Denk aan naar buiten kijken, staren naar een vlammetje, of luisteren naar rustige muziek.

  • Creëer een Veilige Omgeving: Een neurodivers brein kan pas rusten als de omgeving veilig en prikkelarm is. Verminder auditieve en visuele prikkels (doe de lichten uit, gebruik noise-cancelling koptelefoons).

  • Laat schuldgevoel los: Het voelt vaak 'nutteloos' om niets te doen, maar dit essentiële onderhoud is nodig voor je hersenen.

  • Geef toe aan 'stimming': Soms is stilzitten onmogelijk. Niksen kan ook betekenen: friemelen, schommelen of herhalende bewegingen maken, zolang het maar geen 'taak' is.

 

Tips voor effectief niksen zonder schuldgevoel;

  • Plan rust in: Plan "niets" in je agenda, anders schiet het erbij in.

  • Volg je energie: Merk je dat je brein nooit stilstaat? Probeer dan 'low-input' activiteiten in plaats van totale inactiviteit, zoals wandelen in de natuur.

 

Maar ook als ouder van 2 zonen met autisme sta ik de hele dag aan en ga ik vanaf nu ook meer bewust worden en tijd in te plannen om helemaal niets te doen! En jij?

 

Liefs,

Claudette Nouris

Wat mij overeind houdt als moeder
Wat mij overeind houdt als moeder

Wat mij overeind houdt als moeder

Moeder zijn van een kind met autisme is iets waar je niet echt op voorbereid kunt worden. Je

kunt erover lezen, erover horen, maar pas wanneer je er middenin zit begrijp je hoeveel er

eigenlijk bij komt kijken.

Ik ben Soreti, getrouwd en moeder van drie prachtige kinderen, waarvan onze jongste zoon

autisme heeft en taal functioneel gebruikt. Vanuit mijn eigen ervaringen ben ik The Selfcaring

Mom begonnen, een platform op Instagram waar ik mijn eigen verhaal deel. Over de dingen die

werken, de momenten die niet makkelijk zijn, en de kleine routines die me helpen vol te houden.

Het is niet omdat ik alles op orde heb, maar juist omdat ik soms ook zoek naar manieren om

rust te vinden, balans te houden tussen zorgen voor mijn gezin en tijd voor mezelf.

Er was een periode dat ik volledig opging in de zorg. Afspraken, therapieën, aanpassingen thuis,

gesprekken met school, de onzichtbare to-do lijsten die nooit ophielden. Mijn wereld draaide om

mijn gezin, en ik vond dat ook logisch. Dat is moederliefde, toch?

Maar op een dag zat ik op de bank en merkte ik dat ik mezelf niet meer herkende. Niet letterlijk,

maar figuurlijk. Wie was ik buiten het moederschap? Wat vond ik fijn? Wanneer had ik voor het

laatst iets gedaan puur voor mezelf, zonder schuldgevoel? Die vragen bleven hangen. En eerlijk

gezegd maakten ze me somber, omdat ik mezelf kwijt was geraakt in alles wat ik deed voor

anderen. Dat gevoel wilde ik niet wegduwen. Het was een teken dat er iets moest veranderen.

Ik heb lang gedacht dat balans iets was wat je bereikt. Een toestand van rust en orde, waarbij je

zowel een goede moeder bent als goed voor jezelf zorgt. Maar balans werkt anders. Het is geen

evenwichtspunt dat je vasthoudt, maar het is iets dat je steeds opnieuw zoekt.

Sommige dagen is de balans ver te zoeken. Dan is er een moeilijke ochtend geweest, een

meltdown die me emotioneel uitput, of lig ik 's nachts wakker terwijl mijn hoofd niet stil wil

staan. Op die dagen is mijn zelfzorg soms niets meer dan één kop koffie in stilte drinken, of vijf

minuten buiten staan in de frisse lucht. En dat is genoeg. Echt.

Kleine dingen die het verschil maken:

Elke ochtend vijf minuten voor jezelf, vóórdat de dag begint

Nee zeggen zonder uitleg, geloof mij ook dat is ook zelfzorg

Je gevoelens opschrijven, zelfs als het maar twee zinnen zijn

Iemand vragen om hulp, voordat je door je grens gaat

Wat mij overeind houdt zijn juist de kleine, vaste momenten in mijn dag. Een ochtendroutine die

van mij is. Een moment van verbinding met mijn man. Een wandeling zonder doel. Het

opschrijven van drie dingen waar ik dankbaar voor ben, hoe klein ook.

En eerlijk zijn naar mezelf. Niet doen alsof ik sterk ben als ik moe ben. Niet glimlachen als ik

verdrietig ben. Echt voelen wat er is, en mezelf dan toch een stapje verder zetten.

Ik deel dit omdat ik weet hoe eenzaam het kan voelen als je het gevoel hebt dat jij de enige bent

die worstelt. Dat ben je niet. En jij verdient net zoveel zorg als de mensen om je heen.

Veel liefde,

Soreti