Er wordt de laatste jaren veel geschreven over meisjes en vrouwen met autisme die maskeren. Over hoe zij zich aanpassen, sociaal gedrag kopiëren en proberen niet op te vallen. Dat is belangrijk, want jarenlang zijn veel meisjes niet gezien of begrepen. Maar soms bekruipt me het gevoel dat we daardoor ongemerkt een nieuw beeld creëren: alsof maskeren vooral iets vrouwelijks is. Terwijl ik het bij onze inmiddels volwassen zonen net zo goed zie.
Niet ieder meisje met autisme maskeert. Niet iedere jongen met autisme doet dat ook. Net zoals zoveel kenmerken van autisme niet voor iedereen gelden. Toch herken ik in het dagelijks leven heel duidelijk dat ook jongens zichzelf kunnen aanpassen tot ver over hun grenzen heen.
Onze zonen gaan naar hun werk. Ze functioneren. Collega’s zullen waarschijnlijk zeggen dat het rustige, vriendelijke jonge mannen zijn die hun zaken goed op orde hebben. Ze weten wat er van hen verwacht wordt en proberen daar zo goed mogelijk aan te voldoen. Ze doen mee in gesprekken, lachen op de juiste momenten en houden zich staande in een wereld die vaak veel vraagt van sociale intuïtie en flexibiliteit.
Maar thuis zien wij iets anders.
Dan komen de vragen.
“Wat bedoelde hij daar precies mee?” “Waarom zei ze dat op die toon?” “Hoe had ik dat anders kunnen aanpakken?”
Soms volgen hele gesprekken om een situatie terug te halen en te analyseren. Niet omdat ze dramatisch willen doen of blijven hangen in details, maar omdat ze grip proberen te krijgen op iets wat voor anderen vanzelf lijkt te gaan. Waar collega’s aan het einde van een werkdag gewoon naar huis rijden en de dag loslaten, nemen zij alle losse eindjes mee naar binnen.
Ik denk weleens dat veel mensen maskeren zien als iets uiterlijks. Alsof het alleen gaat om sociaal gedrag nadoen of vriendelijk glimlachen terwijl je je ongemakkelijk voelt. Maar maskeren zit vaak veel dieper. Het is voortdurend afstemmen. Kijken hoe anderen reageren. Twijfelen of je iets goed hebt geïnterpreteerd. Jezelf corrigeren voordat iemand anders dat doet.
En misschien is dat bij jongens minder zichtbaar omdat het anders verpakt wordt.
Een meisje dat sociaal gedrag kopieert valt tegenwoordig eerder op binnen de gesprekken over autisme. Maar een jongen die zich stilhoudt, hard werkt, humor gebruikt of zich volledig aanpast aan wat er verwacht wordt, wordt vaak gezien als iemand die het “prima redt”. Terwijl daar net zo goed een enorme inspanning onder kan zitten.
Ik herinner me momenten waarop één van onze zonen thuiskwam van zijn werk en volledig “dwarsaf” leek. Kortaf. Overprikkeld. Moe van alles en iedereen. Voor de buitenwereld onverwacht misschien, want hij had toch gewoon gewerkt? De dag was toch goed gegaan?
Maar juist dat contrast zegt zoveel.
Buitenshuis alle prikkels verwerken, sociale verwachtingen aanvoelen, gesprekken volgen, voortdurend alert zijn op wat passend gedrag is. Het kost veel energie. En thuis komt vaak pas de ontlading. Niet omdat thuis onveilig is, maar juist omdat het veilig genoeg is om het masker even los te laten.
Wat ik ingewikkeld vind, is dat goed maskeren soms juist tegen iemand werkt. Hoe beter iemand zich aanpast, hoe minder de omgeving ziet hoeveel moeite het kost. Mensen zien het functioneren, maar niet de uitputting erachter. Ze horen het nette antwoord op het werk, maar niet het gesprek aan de keukentafel uren later waarin alles opnieuw uitgeplozen moet worden om rust in het hoofd te krijgen.
Wat ik als moeder zie, zijn geen stereotype jongens die nergens mee zitten. Ik zie volwassen mannen die zich iedere dag proberen te verhouden tot een wereld die niet vanzelfsprekend voelt. Jongvolwassen mannen die zich aanpassen, zich groot houden en normaal gevonden willen worden. En die thuis pas laten zien hoeveel denkwerk er achter één gewone werkdag schuilgaat.
Misschien is dat ook maskeren. Alleen hebben we het bij jongens lang niet altijd zo genoemd.
Met hartelijke groet,
Petra Dekker
Regiocoördinator Mama Vita

