We zijn onrust normaal gaan vinden.
Een vol hoofd. Altijd iets dat geregeld moet worden. Altijd alert. Altijd een stap vooruit denken.
Voor veel moeders van zorgintensieve kinderen is dat geen tijdelijke fase. Het is een werkelijkheid die zich dag na dag herhaalt. De zorg voor je kind. Gesprekken op school. Passend onderwijs dat toch niet passend voelt. Hulpverlening die start, stopt, wacht, of verandert. Wachtlijsten.
Formulieren. Uitleg geven. Weer uitleg geven. En ondertussen ook moeder zijn van je andere kinderen. Partner. Werknemer. Dochter. Vriendin. Soms voelt het alsof je in een trein zit die maar doorraast.
Je zit erin.
Je probeert alles bij te houden.
Maar uitstappen? Dat kan niet.
Wanneer ‘aan’ de nieuwe standaard wordt
Stress is niet verkeerd. Sterker nog: het is een prachtig systeem. Het helpt je reageren als je kind je nodig heeft. Het maakt je scherp in gesprekken. Het zorgt dat je dóórgaat als het zwaar is. Je lichaam maakt stresshormonen aan zoals cortisol en adrenaline. Die geven energie. Focus. Actie. Maar wat als dat systeem nooit meer uitgaat? Wat als je lijf niet meer weet hoe ‘uit’ voelt?
Veel moeders herkennen dit:
Je schrikt snel. Je slaapt licht, zelfs als het eindelijk stil is in huis. Je bent moe, maar ontspannen lukt niet. Je hoofd blijft lijstjes maken. Je voelt je soms kortaf of emotioneler dan je zou willen. Alsof je zenuwstelsel continu denkt dat er gevaar dreigt. En ergens is dat ook zo.
Want als je kind kwetsbaar is, blijf je alert. Altijd. Alleen… een lichaam dat 24 uur per dag in paraatheid staat, raakt uitgeput.
Langdurige stress kan zich uiten in:
vaker ziek zijn spierpijn of spanningsklachten gewichtsschommelingen
ontstekingsgevoeligheid, slecht slapen,
concentratieproblemen. Niet omdat je zwak bent. Maar omdat je systeem te lang heeft moeten overleven.
“Wat heb je nodig?”
Soms wordt er hulp geboden.
En vaak wordt er gevraagd: “Wat heb je nodig?” Een logische vraag. Maar ook een ingewikkelde. Als je al maanden of jaren in overlevingsstand staat, is voelen wat je nodig hebt niet eenvoudig. Je hoofd draait op regelstand. Je lijf staat op scherp. Je bent gewend om dóór te gaan. En zelfs als je wéét wat je nodig hebt, past het niet altijd binnen het aanbod. Dat kan een gevoel van eenzaamheid versterken.
Alsof jij moet passen in het systeem, terwijl jouw leven al zo weinig ruimte kent.
Zelfzorg is geen bad met kaarsen
Zelfzorg wordt vaak klein gemaakt. Of juist groot. Een dag spa. Een weekend weg. Tijd voor jezelf. Maar voor moeders in chronische stress is zelfzorg iets veel fundamentelers. Het is je zenuwstelsel helpen herinneren hoe veiligheid voelt.
Dat zit in kleine dingen:
Iemand die écht luistert zonder oplossingen te pushen.
Even huilen zonder dat je sterk hoeft te zijn.
Een wandeling waarbij je schouders langzaam zakken.
Een arm om je heen.
Een paar minuten bewust ademen terwijl je kind naast je speelt.
Dat zijn momenten waarop je lichaam andere stoffen kan aanmaken, stoffen die helpen herstellen. Stoffen die verbonden zijn met rust, verbinding, hoop.
Niet omdat je “positiever moet denken”.
Maar omdat je lichaam regulatie nodig heeft.
Voor zorgverleners
Achter veel sterke moeders zit een overbelast zenuwstelsel.
Wat soms lijkt op:
weerstand
emotionele reacties
besluiteloosheid
vermijding
kan ook een teken zijn van chronische stress.
Een systeem dat te lang ‘aan’ staat, kan geen grote keuzes maken.
Kan niet goed voelen.
Kan niet helder prioriteren.
Wat helpt?
Veiligheid en voorspelbaarheid.
Erkenning vóór interventie.
Samen woorden zoeken als iemand het zelf niet kan formuleren.
Begrijpen dat regulatie voorafgaat aan verandering.
Soms is de meest helende vraag niet:
“Wat heb je nodig?”
Maar: “Hoe is het om dit al zo lang te dragen?”
Jij bent geen machine
Moeders van zorgintensieve kinderen dragen vaak meer dan zichtbaar is.
Ze zijn planners. Regelaar. Pleitbezorger. Trooster.
En vaak ook degene die alles bij elkaar houdt.
Maar een lichaam is geen machine.
Een zenuwstelsel kan niet eindeloos in paraatheid blijven zonder gevolgen.
Zelfzorg is daarom geen luxe.
Het is onderhoud van het systeem dat voor iedereen zorgt. En misschien begint dat niet met meer doen. Maar met één moment waarop je erkent en mag erkennen:
dit is zwaar.
dit vraagt veel.
en mijn lijf voelt dat.
Misschien is dát de eerste stap uit die trein.
Niet eruit springen.
Maar even gaan zitten.
En ademhalen.
Met hartelijke groet,
Petra Dekker
Regiocoördinator Mama Vita

